Mattie Edwin Altenberg
"Er is een Surinaams begrip dat Edwin Altenberg niet alleen kende, maar dat hij was: Soso Lobi. Pure liefde, respect en verbondenheid voor iedereen, ongeacht status of achtergrond. Vandaag staan we stil bij het rijk gevulde leven van een man die als groene baret onverzettelijk was op het veld, loyaal in de kazerne, maar bovenal een 'mensen-mens' in het hart. Van patrouillecommandant tot de onmisbare gangmaker in de derde helft: Jos Hesp neemt ons mee in het verhaal van een collega die een vriend werd, en een vriend die een 'mattie' bleef."
Soso lobi, een Surinaams begrip dat jij als geen ander beheerste: respect, warmte, verbondenheid en genegenheid voor iedereen, ongeacht status en een vlekje meer of minder. Als je de zaal inkijkt, heeft dat je geen windeieren gelegd: Je zal trots zijn, zoals je ook trots was op je dochters en je vrouw Franca.
Edwin haalde in 1969 - na zijn legerdienst in Suriname en onderofficiersopleiding in Weert - zijn groene baret in Roosendaal. Daarna werd hij patrouillecommandant in de 104 wrn/verk cie, waar wij elkaar voor het eerst ontmoetten tijdens de fysieke trainingen. Een sportieve, rustige, goedmoedige kerel, die ook - buiten de reguliere sporturen - veel trainde, waardoor ons contact groeide.
Een sympathieke collega.
In die zeventiger jaren kwam de rugbyclub bij het KCT op: Ed werd lid. Een gewaardeerde, sterke speler in het toen zo succesvolle Ereklasse-team, die zich daarbij ook nog in het districtsteam Zuid speelde dat Nederlands kampioen werd: fit, betrouwbaar, onverzettelijk en voorzanger / gangmaker tijdens de derde helft. In die tijd woonden we samen met Piet Paul in zijn flat en droegen bij gelegenheid elkaars kleren: hij mijn blazer en trainingspak, ik zijn gemakkelijke laarsjes en mooie vest.
Toen Edwin in Arnhem geplaatst werd, maakte hij het seizoen in Roosendaal af en reed heen en weer - aanvankelijk zonder een reiskostenvergoeding te vragen. Een loyaliteit, die je ook terugzag bij het begeleiden van het RCC juniors team waarmee hij met Charly Schuilenburg Nederlands kampioen werd. Maatschappelijk besef die later ook tot uiting kwam bij veel vrijwilligerswerk voor atletiekclub THOR en als trainer bij de rugbyclubs Bemmel en Breda. In 1989 kwam RCC - met Edwin nog een keer als voorwaartsentrainer - terug in de Ereklasse. Hij was nou eenmaal niet alleen voor zichzelf op de wereld.
Een collega werd vriend.
Zijn militaire carriere liep door via instructeur en pelotonscommandant Pantserstorm naar Compagnies Sergeant Majoor Pantserinfanterie, met in 1983 een uitzending naar Libanon, waarna hij terugkwam bij de commando’s als postcommandant en instructeur verbindingen, beheerder Tentenkamp en als laatste plaatsing bij de externe opleidingen. Na nog een laatste gezamenlijke parachute sprong maart 2001, ging Ed met Functioneel Leeftijds Ontslag. Hij begon een civiele loopbaan in het bedrijf van Peter van Oosten en stopte pas met werken na jaren als instructeur bij Fitness First. Al met al een afwisselende, rijk gevulde levensweg.
Ed bleef in al die jobs zijn karakter trouw: betrokken, integer, behulpzaam, opgewekt, inzetbereid, bescheiden en altijd zichzelf: een echt mensen-mens.
Gezien de vele mondelinge en schriftelijke waarderingen die hij nogal eens kreeg en nu nog veel krijgt via de social media, werkte dat uitstekend: alhoewel het ook wel eens bij hem kon knellen.
We bleven onze burgerperiode samen fitnessen en fietsen: reden elke jaar de Tour de Pul, waar we streden om de 50+ en later de 60+ trui: meestal door jou gewonnen, die twee andere keren hield je volgens mij je benen stil en liet me winnen. Zo was je.
Om de paar maanden hadden we samen met Piet en onze ega’s borrelavonden met oude en steeds sterkere verhalen: ze liepen regelmatig uit tot een uur of drie/vier, maar dat werd met het ouder worden wel naar beneden bijgesteld.
Een vriend werd mattie.
Tijdens je ziekte werd communicatie moeilijk: jouw karakter en interesses voor natuur, sport en lesgeven hielpen je daar doorheen breken: “Kijk eens wat een mierenhoop” (20 meter het bos in, van het pad af), “die scrum staat te hoog” (bij RCC, lopend langs het rugbyveld), “ze legt het wel goed uit” (over een instructrice van de Harde Leerschool), kwam er dan helder uit. Belevingen en emoties kwamen boven: we probeerden dat dan ook altijd tijdens onze uitjes te vangen.
“Het was gezellig”, gaf je dan duidelijk aan als we terug naar je nieuwe “huis” gingen.
Nu zijn we je kwijt: je moest rusten. Herinneringen houden je bij ons. Vaar wel Ed: jouw zeer verdiende goede naam gaat nooit verloren.
Soso lobi, mati.
Jos Hesp




