Skip to main content

sfc logo tekst

korps commando troepen

OVER HET KCT

Het Korps Commandotroepen bestaat niet om op te vallen. Commando's werken in het verborgene, in vijandelijk gebied, in kleine ploegen — ver van elk hoofdkwartier. Toch draagt dit korps een van de zwaarste onderscheidingen die de Nederlandse krijgsmacht kent: de Militaire Willems-Orde.

Al meer dan 80 jaar is het KCT de ruggengraat van de Nederlandse Special Operations Forces. Van de chaos van de Tweede Wereldoorlog — 25 mannen in Schotland die zich de eersten commando mochten noemen — tot complexe operaties in Afghanistan, Mali en daarbuiten. Niet de omvang maakt dit korps bijzonder, maar de mensen. Geselecteerd op karakter, gevormd door de zwaarste opleiding van de Nederlandse krijgsmacht, gedreven door één leidraad: Nunc aut nunquam — Nu of Nooit.

Op deze pagina lees je alles over het KCT: zijn geschiedenis, zijn tradities, zijn opleiding, zijn organisatie en de waarden die elke commando met zich meedraagt.

Hieronder volgt een beknopte chronologische beschrijving van de geschiedenis van het Korps Commandotroepen (KCT).

De geschiedenis van het KCT strekt zich uit over meer dan 80 jaar, beginnend in de chaos van de Tweede Wereldoorlog en evoluerend naar de moderne Special Operations Forces (SOF) van vandaag.


De Oorsprong: Tweede Wereldoorlog (1942–1945)

DE OORSPRONG: TWEEDE WERELDOORLOG (1942–1945)

De wortels van het Korps liggen in de behoefte van de geallieerden aan eenheden voor zelfstandige inzet in bezet gebied.

  • 1942 (Oprichting): Op 22 maart 1942 begonnen 48 Nederlandse vrijwilligers van de Prinses Irene Brigade aan de vooropleiding in Schotland. In mei volgde de bikkelharde opleiding in Achnacarry. Op 29 juni 1942 mochten de eerste 25 geslaagden zich commando noemen. Zij vormden No. 2 Dutch Troop, onderdeel van No. 10 (Interallied) Commando. In oktober 1942 werd de groene baret officieel ingevoerd.
  • Korps Insulinde: Parallel hieraan werd in Azië, na de val van Nederlands-Indië, het Korps Insulinde opgericht (augustus 1942 op Ceylon). Zij voerden inlichtingenoperaties en guerrilla-acties uit op Sumatra, vaak per onderzeeboot.
  • Inzet in Europa: No. 2 Dutch Troop werd wereldwijd ingezet. In 1944 vochten zij in Birma (Arakan). In september 1944 namen zij deel aan Operatie Market Garden (bij Arnhem, Nijmegen en Eindhoven). Op 1 november 1944 speelden zij een cruciale rol bij de landingen op Walcheren (Vlissingen en Westkapelle) om de Scheldemonding vrij te maken.
  • Geheim agenten: Veel commando's werden via het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO) als geheim agent gedropt in bezet Nederland (o.a. in Jedburgh-teams) of vochten met de SAS.

Nederlands-Indië en de Politionele Acties (1945–1950)

NEDERLANDS-INDIË EN DE POLITIONELE ACTIES (1945–1950)

Na de oorlog werden No. 2 Dutch Troop en het Korps Insulinde ontbonden, maar hun personeel vormde de kern van nieuwe eenheden in voormalig Nederlands-Indië.

  • Oprichting DST en SOP: In 1946 ontstonden het Depot Speciale Troepen (DST, groene baretten) voor commando-acties en de School Opleiding Parachutisten (SOP, rode baretten).
  • KST en RST: Het DST werd in 1948 het Korps Speciale Troepen (KST). In juli 1949 werden de para's en commando's samengevoegd in het Regiment Speciale Troepen (RST).
  • Inzet: Deze eenheden fungeerden als 'militaire brandweer' en werden ingezet voor zware contra-guerrilla operaties en luchtlandingsacties, zoals de inname van Djokjakarta tijdens de Tweede Politionele Actie in december 1948.
  • Compagnie Erik: Een aparte eenheid, Compagnie Erik, voerde in 1949 bijzondere opdrachten uit op West-Java.

Oprichting KCT en de Jaren '50 (1950–1960)

OPRICHTING KCT EN DE JAREN '50 (1950–1960)

Na de soevereiniteitsoverdracht keerde het personeel terug naar Nederland.

  • Oprichting KCT: Op 1 juli 1950 werd de Stormschool in Roosendaal (waar het RST-personeel was ondergebracht) omgevormd tot het Korps Commandotroepen.
  • Korea (1950-1953): Het KCT verzorgde de gevechtsopleiding voor vrijwilligers naar Korea. Veel oud-commando's vochten in het Nederlands Detachement Verenigde Naties; 125 Nederlanders sneuvelden daar.
  • Watersnoodramp (1953): Het Korps werd grootschalig ingezet voor reddingswerkzaamheden in Zeeland.
  • Organisatie: Het Korps bestond in de jaren '50 uit drie parate compagnieën (104, 105, 108). Er waren uitzendingen naar Suriname (1952) en Nieuw-Guinea (1959-1960)

De Koude Oorlog: Waarnemer-Verkenner (1960–1990)

DE KOUDE OORLOG: WAARNEMER-VERKENNER (1960–1990)

In de jaren '60 veranderde de taakstelling ingrijpend door bezuinigingen en de strategische situatie in Europa.

  • Duitsland: Van 1961 tot 1963 werden compagnieën geplaatst in Hohne (Duitsland) vanwege de dreiging rond de Berlijnse Muur.
  • Operatie CHIRURG (1964): Een grote reorganisatie waarbij de 'vecht-commando's' verdwenen. Het KCT werd omgevormd tot een Waarnemings- en Verkenningsorganisatie (Long Range Reconnaissance Patrol).
  • 104 Wrnverkcie: Alleen de 104 Waarnemings- en Verkenningscompagnie bleef over als parate eenheid. De taak was inlichtingen verzamelen achter vijandelijke linies ("Zien zonder gezien te worden")

Transformatie naar Special Operations Forces (1990–2005)

TRANSFORMATIE NAAR SPECIAL OPERATIONS FORCES (1990–2005)

Na de val van de Muur veranderde het optreden van statisch naar expeditionair.

  • Nieuwe taken: De dienstplicht werd opgeschort en er was behoefte aan commando's voor het volledige spectrum van speciale operaties (Special Reconnaissance, Direct Action, Military Assistance).
  • Expansie:
    • 1993: Oprichting 108 Commandotroepencompagnie.
    • 1997/1998: Oprichting 104 en 105 Cotrcie.
  • Inzet: Commando's werden veelvuldig ingezet in voormalig Joegoslavië (Bosnië, Kosovo, Macedonië) en Irak (1991, 2003-2005)

Afghanistan en de Moderne Tijd (2005–Heden)

AFGHANISTAN EN DE MODERNE TIJD (2005–HEDEN)

De aanvallen van 9/11 en de daaropvolgende missies vormden het KCT tot de huidige SOF-eenheid.

  • Afghanistan (2005-2010): Het KCT voerde zware operaties uit in provincies als Uruzgan, Kandahar en Helmand (Task Force Orange, Viper, TF 55). Er vonden meer dan 110 intensieve gevechtscontacten plaats.
  • Erkenning: Voor de inzet in Afghanistan werd het Korps op 15 maart 2016 onderscheiden met de Militaire Willems-Orde, de hoogste dapperheidsonderscheiding. Ook werden diverse Bronzen Schilden toegekend aan de compagnieën.
  • Verdere professionalisering:
    • 2007: Oprichting 103 Cotrcie.
    • 2013: Succesvolle evacuatiemissie (NEO) in Zuid-Soedan, later ook in Kabul (2021).
    • Recente missies in Mali (o.a. Takuba), Irak en Afghanistan.
  • Recente ontwikkelingen:
    • 2021: Oprichting SOF Support Compagnie voor specialistische ondersteuning (enablers).
    • 2023: Oprichting 102 Compagnie, een joint-eenheid met MARSOF gericht op 'Early Forward Presence' en conflictpreventie.
    • 2025: Oprichting 403 Reservisten Compagnie, een flexibel in te zetten eenheid van reservisten met uiteenlopende specialisaties in kennis en kunde.

KORPSVAANDEL

De mannen van No. 2 (Dutch) Troop hadden er lang op gewacht: de eerste operationele opdracht. In december 1943 werden de Nederlandse commando’s verscheept naar Brits-Indië. Er was ook teleurstelling, want zij hadden liever de Duitse Wehrmacht het leven zuur gemaakt. Prins Bernhard stak ze een hart onder de riem.

HET FANION

Prins Bernhard overhandigde op 6 december een rood-wit-blauwe richtvlag – een fanion – aan de troop. Het kleinood ging mee naar India en keerde in augustus 1944 terug naar Europa, juist op tijd voor de grote najaarsoffensieven van de geallieerden. De herinnering aan deze acties werd levend gehouden door opschriften op het fanion.  

Nadat in 1950 het Korps Commandotroepen was opgericht, kwam ook een ‘echt’ vaandel in zicht. Eerst werden de opschriften op het 10 jaar oude fanion tot officiële vaandelopschriften opgewaardeerd. Dat gebeurde in 1953.

  • Arakan 1944
  • Arnhem 1944
  • Nijmegen 1944
  • Eindhoven 1944
  • Vlissingen 1944
  • Westkapelle 1944

EEN ECHT VAANDEL

2 jaar later, op 22 december 1955, reikte koningin Juliana op het sportveld van RBC in Roosendaal het vaandel uit. Over het nut van het vaandel was zij duidelijk: “Uw Vaandel zal U en hen die na U deel van de commandotroepen zullen uitmaken, herinneren aan de hoge eis, waaraan gij gehoor wilt geven. Moge dit Vaandel U het symbool zijn van de beste idealen, die leven in het Nederlandse volk.”

In vroeger tijden was het vaandel een onmisbaar herkenningsteken op het slagveld. Maar ook toen had het al een symbolische functie. Het was de ziel van een eenheid. De troepen schaarden zich om het vaandel om het te beschermen. De woorden van koningin Juliana onderschrijven dat het korpsvaandel die symbolische functie heeft behouden.


ERFENIS

In 1980 werden nog 2 vaandelopschriften aan het KCT toegekend. Dat was te danken aan spectaculaire operaties van het Regiment Speciale Troepen in Nederlands-Indië.

  • Djokjakarta 1948
  • Midden-Sumatra 1948-1949

Deze opschriften stonden lange tijd op een zogenoemde cravate. Dit is een lint dat aan de vaandelstok wordt gehangen. In 2002 was het vaandel aan vervanging toe. Toen zijn de opschriften in het nieuwe vaandel opgenomen.

OMHOOG

MONUMENTEN

Er zijn diverse monumenten die een belangrijke rol spelen in de traditie van het herdenken en eren van de geschiedenis van het Korps Commandotroepen. Deze monumenten bevinden zich zowel op de kazerne in Roosendaal als op historische locaties in binnen- en buitenland.

Hieronder volgt een overzicht van monumenten:

Op de Engelbrecht van Nassaukazerne (Roosendaal)

De kazerne herbergt meerdere monumenten die centraal staan bij ceremonies en herdenkingen:

  • Het Commando-monument (Appèlplaats): Dit is het centrale monument ter nagedachtenis aan alle gesneuvelde commando’s uit de Tweede Wereldoorlog, Nederlands-Indië, Korea en Afghanistan. Het werd op 4 mei 1988 onthuld en is ontworpen door oud-commando en kunstenaar P. Timmermans.
  • Het Commando Standbeeld (1968): Een beeld van een commando die met opgeheven hoofd door een hindernis breekt. Dit werd aangeboden door de gemeente Roosendaal bij het 25-jarig bestaan van het Korps.
  • Het Commando Standbeeld (2017): Een standbeeld aangeboden door reünisten. De basis hiervoor is het Commando Memorial in Schotland, waar de eerste Nederlandse commando’s werden opgeleid.
  • Het Korea Monument: Een monument bestaande uit een Koreaanse steen, onthuld in 1982. Het symboliseert de dank van Korea aan de gevallenen van het KCT en het Nederlands VN-Detachement (1950-1953).
  • De Ferret: Een gepantserd verkenningsvoertuig dat als monument is geplaatst tegenover gebouw H. Het herinnert aan de bewapening van de experimentele 105 Cotrcie eind jaren '50.
  • Het Commando Borstbeeld: Een beeld vervaardigd door dienstplichtig korporaal Frans Broers. Het stond vroeger in het Katholiek Militair Tehuis en bevindt zich nu in de Snedderlounge.

Elders in Nederland

Deze monumenten zijn verbonden aan specifieke operaties uit de Tweede Wereldoorlog en de inzet in Indië:

  • Monument Infatuate I (Vlissingen): Gelegen aan de Oranjedijk bij de Oranjemolen. Het herinnert aan de amfibische landing op Uncle Beach op 1 november 1944.
  • Monument Westkapelle (De Tank): Een Sherman-tank op de dijk in Westkapelle. Deze gedenksteen herinnert aan de zware landingen (Infatuate II) van 1 november 1944 waarbij veel commando's gewond raakten.
  • Airborne Monument (Oosterbeek): Hier vindt jaarlijks rond 19 september een herdenking plaats bij het graf van August Bakhuys Roozeboom, de eerste gesneuvelde Nederlandse commando.
  • Nationaal Indië-monument (Roermond): Hier worden jaarlijks de gevallenen uit Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea herdacht. Er is een specifiek gedeelte voor het Regiment Speciale Troepen (RST) waar kransen worden gelegd.

In het Buitenland

  • Commando Memorial (Schotland): Dit monument nabij Spean Bridge is opgedragen aan alle Britse commando-eenheden uit de Tweede Wereldoorlog, inclusief No. 2 Dutch Troop. Het kijkt uit over de trainingsgebieden van Achnacarry.

KORPSEMBLEEM

Militairen onderscheiden zich van burgers, maar ook van elkaar. Uiterlijk speelt daarbij van oudsher een grote rol.

VELDSLAG IN KLEUR

De kleurrijke uniformen uit het verleden waren vooral functioneel. Een legeraanvoerder kon op het slagveld precies zien wie waar was. Toen militairen zich omstreeks 1900 gingen camoufleren, werd dat een stuk lastiger. Toch bleven de eenheden zich van elkaar onderscheiden met eigen uniformstukken en emblemen. Dat was praktisch, maar heeft ook met trots te maken. De ene eenheid is tenslotte de andere niet.


HERKENBAAR KORPSEMBLEEM

Het baretembleem van het Korps Commandotroepen, dat in 1950 werd vastgesteld, bevat specifieke symboliek die verwijst naar zowel het karakter van de commando als de geschiedenis van de eenheid:

  • De brandende granaat: Deze staat symbool voor de explosieve, maar beheerste gevechtskracht en de onverzettelijkheid die elke commando moet bezitten.
  • De commandodolk: Deze verwijst naar de Britse wortels van het Korps. De dolk op het embleem is de beroemde Fairbairn-Sykes dolk, die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ontwikkeld voor en gebruikt door de eerste commando's.

De granaat en de dolk zijn geplaatst op een gestileerde 'W' (verwijzend naar koningin Wilhelmina) en worden gekruist door een banderol met de wapenspreuk 'Nunc Aut Nunquam' (Nu of Nooit)


SYMBOLEN

De brandende granaat staat voor de explosieve (maar beheerste) gevechtskracht die elke commando moet bezitten. De commandodolk verwijst naar de Britse wortels van het Korps Commandotroepen. De commandodolk heet ook wel de Fairbairn-Sykes. Op de banderol staat de lijfspreuk van de commando’s: Nunc aut nunquam. Dat is Latijn en betekent ‘nu of nooit’. Het embleem is van goudkleurig metaal. Commando’s dragen het op een zwart ‘patje’ met groene biezen.

In eerste instantie diende het embleem alleen als baretgesp op de groene baret. Inmiddels is het uitgegroeid tot het beeldmerk van de commando’s.

CEREMONIEEL TENUE

Elke operatie vraagt om een speciale outfit. Tijdens het optreden in bijvoorbeeld Afghanistan leek de commando nog veel op een normale infanterist. Om na een parachutesprong boven zee een doel op de kust aan te vallen, zijn er nogal wat zaken nodig. Daarom beschikt de commando over een high tech uitrusting. Maar soms vergt de dienst zijn netste pak, het ceremonieel tenue.

UNIFORMTRADITIE

Korps Commandotroepen bestaat nog maar sinds de Tweede Wereldoorlog (1939-1945). Toch volgt het met de ceremoniële uitmonstering een veel oudere uniformtraditie van de infanterie. Dat grijpt terug op het ‘blauwe’ gevechtstenue dat in 1912 werd afgeschaft.

Sinds 2013 beschikt het Korps Commandotroepen over een eigen Ceremonieel Tenue (CT) dat de eigenheid van het Korps benadrukt:

  • Kleding: Het uniform bestaat uit een blauwzwarte uniformjas en broek, die zijn afgewerkt met groene biezen.
  • Hoofddeksel: Men draagt de vertrouwde groene baret, maar voor het ceremonieel tenue is deze voorzien van een korte zwarte pluim.
  • Accessoires: Om de linkerschouder wordt de zwart met groen doorvlochten commandonestel gedragen. Daarnaast draagt men een zwarte koppel (broeksriem) waaraan de historische commandodolk (de Fairbairn-Sykes dolk) fysiek wordt gedragen.
  • Bewapening: De opvallende bewapening bij dit tenue is de historische Thompson pistoolmitrailleur (de 'Tommy gun') uit de Tweede Wereldoorlog.
  • Specifiek voor officieren: Officieren dragen bij dit tenue extra onderscheidingstekens, namelijk een oranje sjerp en een wandelsabel (model 1912) in plaats van de Tommy gun.

Het Ceremonieel Tenue wordt onder andere gedragen door de vaandelwacht tijdens ceremonies. Buiten deze ceremoniële plechtigheden liggen de uniformen in opslag bij het KPU-bedrijf.


TOEBEHOREN

Op het hoofd komt de zogeheten ‘geconfectioneerde baret’. Die is net als de commandobaret groen, maar de vorm is anders. De Britse veldbaret uit de Tweede Wereldoorlog stond er model voor. Het korpsembleem ontbreekt natuurlijk niet. Op het baretembleem is een zwarte pluim bevestigd. Die is wat korter dan bij andere eenheden.

Het lederwerk – de broeksriem dus – is zwart, maar officieren dragen een oranje sjerp. Aan de riem mag de commandodolk natuurlijk niet ontbreken. Officieren van het korps dragen een wandelsabel naar een model uit 1912.

Als er een ‘lang wapen’ wordt gedragen, dan is het de Heckler & Koch HK416. Dit geweer is het standaardwapen van de commando’s. De vaandelwacht draagt overigens sinds jaar en dag een oud-gediende: een Thompson-pistoolmitrailleur.

DE GROENE BARET

De eerste lichting van No. 2 (Dutch) Troop was amper herkenbaar als commando. De militairen droegen het standaard uniform van het Britse leger. Op hun hoofd droegen zij een 'tinhat' of een veldmuts. Commando’s onderscheidden zich alleen met een naamlint en een onderdeelsembleem op beide bovenarmen.

DE BARET

De groene baret is veel meer dan slechts een hoofddeksel; het is een historisch symbool dat zijn oorsprong vindt in de Tweede Wereldoorlog en fungeert als een tastbaar eerbetoon aan de eerste generatie commando's.

De historische betekenis als volgt worden samengevat:

Oorsprong en uniformiteit De noodzaak voor een eenduidig hoofddeksel ontstond in 1942 binnen het No. 10 (Interallied) Commando. Bij de oprichting van deze eenheden droegen de militairen nog het hoofddeksel van hun oorspronkelijke stamonderdeel, zoals de zwarte baret van het Royal Tank Regiment of de 'maroon' (rode) baret van het Parachute Regiment. Om uniformiteit te creëren en zich duidelijk te onderscheiden van de gewone infanterie (die kaki droeg), werd besloten een gezamenlijke baret in te voeren.

De keuze voor groen (De Salamander) De specifieke groene kleur is niet toevallig gekozen. Het schouderinsigne van No. 1 Commando toonde een salamander die door het vuur loopt. Omdat deze salamander groen was, werd dit de unieke kleur voor de commando-baret. In oktober 1942 gaf de legerleiding officieel toestemming voor het dragen ervan.

Introductie bij de Nederlandse troepen Nog voor het einde van 1942 werd de groene baret ook ingevoerd bij de No. 2 (Dutch) Troop, de Nederlandse tak van het Interallied Commando. Sindsdien is het verbonden aan de Nederlandse commando-geschiedenis. Na de oorlog werd deze traditie voortgezet in Nederlands-Indië door het Depot Speciale Troepen.

Symbolische waarde Vandaag de dag wordt de groene baret beschouwd als:

  • Een trofee: Het is het bewijs van het succesvol afronden van de zware commando-opleiding.
  • Een eerbetoon: Het dragen ervan is een directe verwijzing naar en eerbetoon aan de commando’s uit de Tweede Wereldoorlog.
  • Erebenaming: Het staat symbool voor de traditionele erebenaming 'Commando', voor militairen die in klein verband achter vijandelijke linies opereren.

Wie de Elementaire Commando Opleiding (ECO) met goed gevolg aflegt, ontvangt tijdens een ceremoniële uitreiking deze baret en mag zich vanaf dat moment commando noemen.


KORPSONDERSCHEIDINGEN

De mannen van No. 2 (Dutch) Troop hadden er lang op Iedereen doet zijn werk. Dat moet ook in een militaire eenheid. Maar soms doet iemand meer dan dat. Uit eigen beweging, door gedrevenheid of omdat het nodig is. Zo iemand verdient een bijzondere waardering. Dat varieert van een schouderklopje tot een dapperheidsonderscheiding.


ONDERSCHEIDINGEN

Veel commando’s hebben zich onderscheiden. In het gevecht, maar ook in vredestijd. Zij kregen een waardering of een onderscheiding. En daar mogen ze trots op zijn. De krijgsmacht is in elk geval trots op hen en wilde dat graag laten weten. 11 commando’s kregen de titel ridder in de Militaire Willems-Orde. Tientallen lieten zich andere hoge dapperheidsonderscheidingen opspelden.

BIJZONDERE WAARDERINGEN

Niet alle onderscheidingen komen ‘van hogerhand’. Het Korps Commandotroepen kent ook 2 bijzondere waarderingen. Met deze onderscheidingen gaat het korps zuinig om. Dan is het duidelijk dat die niet voor iedereen zijn weggelegd. Dat zijn de ‘Generaal Sturgescup’ en de titel ‘ere-commando’.

DE 'GENERAAL STURGESCUP'

Na de Elementaire Commando Opleiding (ECO) krijgen de commando’s de groene baret. De best man van de ECO krijg de ‘Generaal Sturgescup’. Generaal Sturges van het Britse Royal Marine Commando voerde die traditie ooit in. De cup bevat een geestrijke drank en komt niet toe aan de snelste, sterkste of slimste cursist. Die hebben al de groene baret verdiend.
De 'Best Man' is degene die fysiek, mentaal en vooral in sociaal opzicht de andere cursisten (enigszins) overstijgt. Behalve de roem, krijgt hij ook een vermelding op een paneel in het KEK-gebouw.


DE TITEL 'ERE-COMMANDO'

De korpscommandant kende veel minder vaak de titel van ‘ere-commando’ toe. Het is een waardering voor mensen die zich bijzonder voor het Korps Commandotroepen hebben ingespannen. Dit geldt voor mensen binnen en buiten het korps. Slechts 14 mensen kregen de titel sinds de instelling in 1960. De bekendste ere-commando is zonder twijfel prins Bernhard. Bij hoge uitzondering kreeg hij in 1992 de groene baret, voor alles wat hij voor de commandotroepen en de veteranen van het korps heeft gedaan.

KERNWAARDEN

Onze kracht zijn onze kernwaarden. Zij spelen een essentiële rol in het selectieproces en bepalen onze identiteit. Velen denken dat vooral het fysieke aspect het verschil maakt, maar niets is minder waar. De ware kracht en het verschil zit in de mentale component, het karakter, de wil. KCT'ers moeten zelfredzaam zijn, zelfstandig denken en handelen en altijd verantwoording kunnen afleggen. ‘Wij in plaats van ik’, ‘afspraak is afspraak’ en ‘niet goed is opnieuw’ zijn leidende beginselen voor de KCT'er, in de (commando-)opleiding en ook daarna.

Onze mensen zijn speciaal geselecteerd en hebben de zwaarste opleiding ondergaan om dit beroep uit te kunnen oefenen. Centraal in onze opleiding en in ons werk staan de kernwaarden die het fundament vormen van het KCT:

Moed, Beleid, Trouw, Eer en Trots

kernwaardenMoed
De professional doet wat noodzakelijk is, ongeacht de consequenties voor hemzelf.

Beleid
Doortastend handelen, onconventioneel en verrassend. De professional is altijd bereid verantwoording af te leggen voor wat hij doet.

Trouw
Trouw aan je opdracht, trouw aan je kameraden, trouw aan het Korps, trouw aan jezelf.

Eer
Het is onze eer te na op te geven en niet het beste uit onszelf te halen.

Trots
Trots op ons Korps, onze geschiedenis, tradities en daden.

SPECIALE OPERATIES

Het Korps Commandotroepen (KCT) voert speciale operaties uit. Dat zijn vooral operaties in een gebied dat niet onder controle is van eigen eenheden. Het gaat om operaties met een strategisch of operationeel belang.

Voorbeelden van speciale operaties

Speciale operaties kunnen op zichzelf staan. Ze kunnen ook een andere (standaard) operatie ondersteunen of deel zijn van een crisisbeheersingsoperatie. Het gaat bijvoorbeeld om:

  • waarnemingsopdrachten en
  • verkenningsopdrachten;
  • vijandelijke doelen aanvallen met hinderlagen,
  • overvallen of sabotage;
  • gegijzelde burgers of militairen bevrijden;
  • terreur bestrijden in crisisgebieden;
  • evacuaties uitvoeren;
  • lasergestuurde munitie besturen.

Er zijn 3 soorten speciale operaties: speciale verkenningen, offensieve acties en militaire steunverlening en afgeleide taken.

Speciale verkenningen (special reconnaissance)

Tijdens speciale verkenningen verzamelen commando’s van het KCT informatie. Het gaat om gedetailleerde informatie:

  • als voorbereiding op een missie;
  • over belangrijke militaire en civiele doelen;
  • over het operationele gebied en het gebied daaromheen;
  • over militair belangrijke objecten in vijandelijk of onbekend gebied.

Offensieve acties (direct action)

Commando’s van het KCT zijn getraind in aanvallende acties. Ze kunnen korte aanvallen, overvallen en andere offensieve acties uitvoeren. Daarbij:

  • vallen ze hoogwaardige doelen aan;
  • saboteren ze belangrijke installaties, verbindingen of wegen;
  • vinden ze bepaalde personen en nemen die gevangen of bevrijden ze juist;
  • veroveren, vernietigen en neutraliseren ze belangrijke voorzieningen of uitrusting;
  • eindgeleiding van lasergeleide munitie voor precisiebombardementen.

Militaire steunverlening (military assistance) en afgeleide taken

Commando’s van het KCT verlenen steun aan eigen of bevriende buitenlandse eenheden. Dat doen ze ook door opleidingen en advies te geven. Tijdens vredestijd, bij spanningen of tijdens crisis- of oorlogstijd. Afgeleide taken zijn:

  • combat search en rescue;
  • contra-terrorisme (internationaal);
  • evacuaties;
  • opstanden bestrijden of onderdrukken (Counter insurgency (COIN));
  • Nederlandse burgers bevrijden uit een gijzelingssituatie (Hostage Release Operations (HRO)).

ORGANISATIE VAN HET KORPS COMMANDOTROEPEN

Binnen Defensie valt het Korps Commandotroepen onder het Commando Landstrijdkrachten (CLAS). Tijdens de uitvoering van missies worden de uitgezonden eenheden van het KCT aangestuurd door de Commandant der Strijdkrachten (CDS).

Het KCT heeft een eigen hoofdkwartier, met daaraan gekoppeld het Interservice Kenniscentrum Speciale Operaties (IKCSO) en vier operationele commandotroepencompagnieën (Cotrcie). Daarnaast is er een Opleidings- en trainingscompagnie Speciale Operaties (OtcSO) en een Staf- staf verzorgingscompagnie (Ssvcie) ter ondersteuning.

Commandotroepen Compagnie (Cotrcie)

Het Korps Commandotroepen heeft 4 Operationele Commandotroepen Compagnieën ter beschikking voor Speciale Operaties.

Staf Staf Verzorgings Compagnie (SSVcie)

Hoewel de commandoploegen voor een bepaalde tijd zelfstandig kunnen optreden is ondersteuning tijdens opleiding, training en uitvoering van missies onontbeerlijk. Voor het ondersteunen op het gebied van opleiding en training is de Opleidings- en Trainingscompagnie Speciale Operaties verantwoordelijk. Het personeel belast met commandovoering en logistieke ondersteuning is gegroepeerd in de SSVcie.

De SSVcie bestaat uit een een ondersteunend gedeelte en de korpsstaf met daarin de sectie’s 1, 2, 3, 4, 6 en 8, de sectie Juridische Zaken (Jura) en Gezondheidszorg (GZHZ).

De SSVcie bestaat uit de compagnies staf, het Logistiek Peloton, het Verbindingspeloton, het Geneeskundig peloton en een C2Ostgp (Command en Control ondersteuningsgroep).

Opleidings & Trainings Compagnie Speciale Operaties (OTCSO)

De Opleidings- en Trainingscompagnie Speciale Operaties verzorgt het overgrote deel aan opleidingen binnen het KCT, zowel de initiële als de specialistische opleidingen. De compagnie bestaat uit diverse instructiegroepen/ pelotons, waarin specialisten het personeel van de Commandotroepencompagnieën opleiden en trainen in alle facetten van Speciale Operaties.
Bovendien kunnen zij voor en tijdens een operationele inzet als adviseur binnen hun vakgebied optreden. Tijdens trainingen worden de meest recent geleerde lessen uit operaties en technologische innovaties direct toegepast.

De Opleidings- en Trainingscompagnie Speciale Operaties verzorgt intern 64 opleidingen. Met dit brede scala aan opleidingen waarborgt het KCT zijn unieke vaardigheden om wereldwijd Speciale Operaties uit te kunnen voeren.

403 Reservisten Compagnie

Tekst volgt nog

OPLEIDEN & TRAINEN

De wereld om ons heen verandert snel en daarmee onze potentiële inzetgebieden en omstandigheden. Het KCT moet anticiperen en adaptief zijn. We moeten voortdurend onze omgeving en ontwikkelingen analyseren. Wat is er in de afgelopen tien jaren gebeurd en wat kunnen we verwachten in de komende jaren?
Wat hebben we geleerd tijdens operaties en hoe verwerken we geleerde lessen en ervaringen in onze opleidingen en oefeningen? Wat we al wisten is in recent uitgevoerde operaties bevestigd: onze mensen zijn ons belangrijkste kapitaal. Divers samengestelde ploegen onder leiding van goed opgeleide en ervaren officieren en onderofficieren zijn in staat om de complexe operaties uit te voeren.

Hoogwaardig, uitdagend & divers

Het KCT heeft een eigen kazerne en eigen trainingsfaciliteiten.
De opleidingen binnen het KCT zijn hoogwaardig, uitdagend en zeer divers. De aard van toekomstige inzet blijft immers onvoorspelbaar. De trainingen vinden wereldwijd plaats en zo realistisch als mogelijk en worden hoofdzakelijk verzorgd door de OTCSO.

AMOL in Schaarsbergen voor het KCT

De burgerkandidaten die na de kennismakingsdagen een positief advies hebben gekregen mogen verder in het sollicitatieproces.  Als de keuringen voor commando speciale operaties achter de rug zijn, ben je geschikt om te starten aan de Algemene Militaire Opleiding Luchtmobiel, de AMOL.

Dus zorg ervoor dat je na de keuringen geen ernstige blessures meer oploopt, dit kan je opleiding namelijk vertragen en in sommige gevallen zelfs verhinderen dat je aan de opleiding kunt beginnen. De AMOL duurt 17 weken. In die periode maak je uitgebreid kennis met hoe het is om te werken voor de landmacht en leer je wennen aan de grote veranderingen in je leven.

Je volgt de AMOL bij School Luchtmobiel in Schaarsbergen. Ruim voordat je begint aan de opleiding krijg je een meldingsinstructie thuis gestuurd.

Vooropleiding (VO) Korps Commandotroepen

Geslaagden van de AMOL en de militairen in werkelijke dienst volgen samen de Vooropleiding (VO) die 8 weken duurt. De basis militaire vaardigheden, die allen tijdens hun opleiding hebben gehad, worden verder aangescherpt en je maakt kennis met specifieke onderwerpen die belangrijk zijn voor de functie van commando speciale-operaties.

Ook is er veel aandacht voor de samenwerking tussen de mannen die uit de AMO komen en de militaire kandidaten die over het algemeen al over meer militaire ervaring beschikken. Daarnaast wordt je natuurlijk fysiek en mentaal voorbereid op de Elementaire Commando-opleiding (ECO).

De VO eindigt met een testweek. Tijdens deze testweek wordt er gekeken of je op het juiste niveau zit om aan de ECO te beginnen. De testweek eindigt met een zogenaamde RIDCO-dag (Relatie Informatie Dag Commando-opleiding). Op deze dag worden je ouders en/of je relatie uitgenodigd en wordt ook aan hen uitgelegd wat ze de komende 8 weken kunnen verwachten als jij zelf in de Elementaire Commando-opleiding zit.

Elementaire Commando Opleiding (ECO)

De fysiek/mentale periodes in de ECO geschieden vanuit een tentenkamp vlak bij Roosendaal. Onderdelen van de opleiding zijn o.a. velddienst, kaart en kompas, marsen en snelmarsen. De fysiek/mentale periodes worden onderbroken door lessen op de kazerne. In een tactische eindoefening worden alle onderwerpen in de praktijk getest. Denk hierbij aan commandovoering, isolatiefase, infiltratie, verkenningen en exfiltratie. De ECO eindigt traditiegetrouw met de in vakjargon genoemde “afmatting”, waarin in vijf dagen ongeveer 200 kilometer (hoofdzakelijk te voet) wordt afgelegd.

De afmatting eindigt met de zogenoemde “commandantenmars”, een mars van 25 km met verzwaarde bepakking. Wie de ECO met goed gevolg afrondt, ontvangt de groene baret en mag zich commando noemen.

De ECO duurt 8 weken.

Voortgezette Commando Opleiding (VCO)

Tijdens de VCO verlegt de commando zijn grenzen, leert hij speciale vaardigheden en levert hij prestaties onder grote druk. De VCO duurt in totaal 45 weken. De VCO is onderverdeeld in verschillende modules zoals:

  • Basis opleiding vrije val;
  • Optreden in bergachtig terrein;
  • Optreden in waterrijke gebieden;
  • Speciale Operaties in verstedelijkt gebied;
  • Voertuigoptreden;
  • Speciale schietopleidingen;
  • Helikopter optreden;
  • Combat Life Saver.

De langste deelmodule in de opleiding is één van de specialisaties: Sniper, Medic, Communicatie- of Demolitiespecialist.

Na het afronden van alle modules is hij Commando Speciale Operaties en stroomt hij in bij een van de operationele compagnieën.

ICONISCHE OEFEN-/TRAINOBJECTEN

De fysieke en mentale vorming van een commando vindt voor een groot deel plaats op een aantal legendarische oefenobjecten. Deze objecten zijn niet alleen fysieke hindernissen; ze dragen een rijke geschiedenis met zich mee die terugvoert naar de oprichting in de Tweede Wereldoorlog en de opleiding in het Schotse Achnacarry. Hieronder worden de vier meest prominente objecten – de Klimtoren, de Touwbanen, Hindernisbaan Hollandia en Hindernisbaan Arnhem – in detail beschreven.

DE KLIMTOREN: 'DE BERG VAN HET KORPS'

De klimtoren is letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt op de kazerne en vervangt in het vlakke Nederland de bergen die de commando's in Schotland tot hun beschikking hadden.

Historie & Oorsprong

Toen na 1945 de commando-opleiding in Nederland startte, was er een groot gemis aan heuvels en bergen om te trainen op werken op grote hoogte. Aanvankelijk werd er geïmproviseerd met hoge bomen, kerktorens en zelfs fabrieksschoorstenen, maar dit bracht grote veiligheidsrisico's met zich mee. Naar een idee van de sportinstructiegroep (met o.a. sergeanten Florisson en Snoek) werd in 1950 een eigen toren ontworpen. Deze werd in 1951 gebouwd. Vanwege de bouw van een legeringsgebouw werd de toren in 1973 verplaatst naar de huidige locatie bij de munitiebunker.

Specificaties

  • Hoogte: De toren is van "top to bottom" 21 meter hoog.
  • Locatie: Op de Engelbrecht van Nassaukazerne, nabij de munitiebunker.
  • Onderdelen: De toren beschikt over diverse platforms, trapjes en een "sloot" (waterbak) aan de voet voor de veiligheid.

Doelstelling & Vorming

Het primaire doel is het aanleren van klim- en afdalingstechnieken die in bergachtig terrein of stedelijke omgevingen (gebouwen, bruggen) nodig zijn. Echter, het belangrijkste leerdoel is affectief van aard:

  • Het overwinnen van angstgevoelens (onderscheid tussen gezonde 'hoogte-angst' en panische 'hoogtevrees').
  • Het verleggen van grenzen en het kweken van zelfvertrouwen.

Technieken

Op de toren worden diverse specifieke technieken beoefend:

  • De verticale afdaling: Hand over hand naar beneden via de schoolklimslag.
  • De broekafdaling: Een techniek waarbij het touw via de toggle (dwarsklosje) en het lichaam als rem fungeert.
  • De toggle-afdaling: Een snelle afdaling vanaf het 16-meter platform.
  • De twistmethode: Een techniek om horizontaal te verplaatsen op de trapjes.

DE TOUWBANEN: INDIVIDUELE KRACHT EN TECHNIEK

De touwbaan is een directe erfenis uit Achnacarry en is ontworpen om waterhindernissen en ravijnen snel en droog te kunnen passeren.

Historie & Oorsprong

De eerste Nederlandse touwbanen verrezen na de oorlog op de Stormschool in Bloemendaal, over de vijvers van landgoed "Wildhoef". Bij de verhuizing naar Roosendaal in 1950 werd een baan aangelegd in de hoge populieren op de kazerne. Toen deze bomen door iepenziekte werden aangetast, ontstond er een gevaarlijke situatie. In 1957/1958 werd daarom de huidige "touwenbaan op palen" gebouwd, naar een ontwerp uit de jaren vijftig.

Specificaties & Indeling

Het oefengebied bestaat uit drie delen:

  1. De Touwinstructiebaan: Voor het aanleren van basistechnieken.
  2. De (Lage) Touwenbaan: Gelegen langs de afrastering bij de Kortendijk, bestaande uit een laag deel (oefenobject 1 t/m 7) en een hoog deel (oefenobject 8 t/m 11).
  3. De Commandotouwenbaan: Ook wel de "hoge" touwenbaan genoemd, gelegen tegenover de lage baan.

Doelstelling & Vorming

Naast het militaire doel (verplaatsen over hindernissen), ligt de focus sterk op fysieke conditionering en motoriek. In tegenstelling tot groepshindernisbanen, staat hier de individuele man centraal. Het gaat om persoonlijke vaardigheid, inzet en doorzettingsvermogen.

Iconische Hindernissen

Cursisten leren diverse klassieke commando-technieken:

  • Catcrawl: Enkelvoudig of dubbel, waarbij men op handen en knieën over het touw kruipt ("in kniezit").
  • Apenhang: (Okselmethode) Hangend onder het touw verplaatsen.
  • Toespringtouwtje: Vanaf een platform naar een touw springen en dit in de vlucht meenemen.
  • Slingeren naar het net: Een spectaculaire sprong vanuit een slingerbeweging in een verticaal net.

HINDERNISBAAN HOLLANDIA: TECHNIEK EN TEAMGEEST

De "Hollandia" is een technische hindernisbaan gericht op het correct nemen van obstakels en fysieke vorming.

Historie & Oorsprong

De naam heeft een historisch karakter en verwijst naar Hollandia, de voormalige hoofdstad van Nieuw-Guinea (het huidige Jayapura). Hier werd in 1946 de School Opleiding Parachutisten (SOP) opgericht. De baan in Roosendaal begon als een demontabele baan voor demonstraties ("Circus Kruls" in 1948) en kreeg in 1950 een vaste plek op de kazerne.

Specificaties

  • Aantal hindernissen: 15 vaste obstakels.
  • Karakter: Technisch en fysiek.

Doelstelling & Vorming

Het doel is het aanleren van technische vaardigheden om obstakels op het gevechtsveld te overwinnen. Daarnaast worden affectieve doelen nagestreefd zoals durf, het overwinnen van angst en – in tegenstelling tot de touwbaan – samenwerking en teamgeest.

De Hindernissen

De baan bevat een reeks klassieke obstakels waaronder:

  • De Chinese Muur: Een hoge muur die met touwen bedwongen moet worden.
  • De Rioolbuizen: Kruipen op handen en voeten.
  • Slingertouw: Via een knoop in het touw naar een platform slingeren.
  • De Hokken: Springen met een kaatsbeweging waarbij in ieder hok de grond geraakt moet worden.
  • Sloot met balk: Een sprong over de sloot met een halve draai in de lucht voor een veilige landing.

Wetenswaardigheden

Bij de instructie geldt het principe "zo laag en zo gedekt mogelijk", zowel om tactische als bewegingstechnische redenen. Het dragen van sieraden is streng verboden en bij vorst worden bepaalde afspringonderdelen aangepast.

HINDERNISBAAN ARNHEM: TACTIEK EN VUURKRACHT

Waar "Hollandia" technisch is, is "Arnhem" een tactische hindernisbaan. De naamgeving eert de inzet van No. 2 Dutch Troop tijdens de Slag om Arnhem in september 1944.

Historie & Oorsprong

De baan is vernoemd naar de operatie Market Garden, waar Nederlandse commando's vochten bij de Rijnbrug. Oorspronkelijk lag deze baan bij het "Meerven" (1949-1984), maar is later verplaatst naar het Commandokamp op de Rucphense Heide (Kamp Bakhuys Roozeboom).

Doelstelling & Vorming

Het doel is het functioneren van de groep op het gevechtsveld. Er wordt een beroep gedaan op leiderschap (van de groepscommandant), discipline, terreingebruik en het tactisch bewegen met wapen en bepakking.

Fasering & Uitvoering

De training op deze baan wordt opgebouwd in vijf fasen:

  1. Kennismaking: Technisch aanleren van de hindernissen.
  2. Groepstijdrit (licht): Zonder uitrusting, op tijd.
  3. Tactisch (instructie): Beoefenen van vuur en beweging ("sprongsgewijs").
  4. Groepstijdrit (zwaar): Met wapen en volledige uitrusting, binnen 8 minuten.
  5. Volledig Tactisch: Met vuurvoorstellingsmiddelen, inzet van de MAG (mitrailleur) en reageren op vijandelijk vuur.

Kenmerkende Hindernissen

De baan simuleert een gevechtssituatie met obstakels zoals:

  • De Zandheuvel: Aanlopen en afspringen met wapen in draaghouding.
  • Het Riool (Kruipsleuf): Verplaatsen door een betonnen buis, waarbij de MAG-schutter geholpen moet worden.
  • Prikkeldraadversperring: Op de rug onder draden door tijgeren ('rugtijgeren'), controlerend op booby-traps.
  • Plankenschutting met touw: Een groepsinspanning waarbij de laatste man vaak omhoog geduwd moet worden.

Wetenswaardigheden

Tijdens de tactische fases wordt de groep gesplitst in ploegen die elkaar dekking geven ("Vuur overgenomen!"). Een belangrijk element, tijdens de oefening Pantserstorm, is het correct behandelen van de MAG-mitrailleur; deze mag bij sprongen niet gedragen worden, maar moet worden doorgegeven om blessures en schade te voorkomen

SPECIALISMES COMMANDO'S KCT

De commando’s van het Korps Commandotroepen (KCT) leren na hun basisopleiding een aantal specialismes. Er zijn inzetspecialisaties (bijvoorbeeld in de bergen) en individuele specialisaties (bijvoorbeeld als sniper). Commando’s opereren vaak in kleine groepen op vijandelijk terrein. Zo’n groep moet voldoende specialisten hebben om zelfstandig te kunnen opereren.

Basisopleiding (VO en ECO)

vooropleiding en elementaire commando-opleiding

Een carrière als commando speciale operaties (cospecops) begint altijd met een KCT kennismakingsdag. Geïnteresseerde militaire- en burgerkandidaten krijgen daar uitgebreide voorlichting. Maar ook fysieke testen om te beoordelen of de kandidaat in potentie geschikt is om de opleiding tot cospecops te volgen. Daarna krijgt iedere kandidaat een persoonlijk advies of hij verder mag solliciteren.

Na een positief advies volgt de vooropleiding (VO). Burgers volgen eerst de Algemene Militaire Opleiding Luchtmobiel (AMOL) voordat zij aan de vooropleiding mogen beginnen. In de vooropleiding ligt vooral de nadruk onder andere velddienst, navigatie, fysieke training en sport. Na 8 weken vooropleiding kan de aspirant-commando beginnen aan de volgende stap. De Elementaire Commando Opleiding (ECO).

Tijdens de ECO wordt de lichamelijke en mentale weerbaarheid van de aspirant commando getest. Alles wat zij in de vooropleiding hebben geleerd, moeten ze tijdens de ECO uitvoeren. Onder tactisch en fysiek zeer zware omstandigheden.

De ECO eindigt met ‘de afmatting’. Bij deze proef leggen de deelnemers ruim 200 kilometer in 5 dagen af. Voornamelijk te voet. Wie de afmatting volbrengt, mag bij aankomst op de thuisbasis in Roosendaal de groene commandobaret in ontvangst nemen.

Voortgezette opleiding (VCO)

Voortgezette Commando Opleiding

Na de ECO is de commando nog niet klaar met zijn opleiding. De commando heeft alleen bewezen dat hij over de juiste fysieke- en persoonseigenschappen beschikt. Dit zijn voorwaarden om de verdere opleiding af te maken. En om uiteindelijk als cospecops in 1 van de 4 Commandotroepencompagnieën (Cotrcie) te werken. De VCO duurt 12 maanden. In deze tijd leert de commando alle basiskennis om ingezet te kunnen worden. Bijvoorbeeld:

  • Special Reconnaissance (SR) & Direct
  • Action (DA);
  • Combat Life Saver (CLS);
  • Basis Vrije Val Opleiding (BOVV);
  • Optreden Bergachtig Terrein (OBT);
  • Special Operations in Urbanized Terrain (SOUT);
  • Optreden Waterrijke Gebieden (OWG);
  • Voertuigoptreden (mobility);
  • Helikopteroptreden (SOHC);
  • Individuele specialisatie (I-spec).

Individuele opleidingen

Individuele specialisaties

Elke commandoploeg moet 4 individuele specialisaties (I-spec) hebben. Een demolitiespecialist (Demspec), communicatiespecialist (comspec), medic en sniper.

Alle individuele opleidingen hebben een uniek karakter. Ze zijn er op gericht om speciale operaties uit te kunnen voeren onder de meest uiteenlopende en zware omstandigheden. Welke commando welke individuele specialisatie krijgt hangt af van de behoefte Commandotroepencompagnieën. Maar ook van persoonlijke voorkeur, affiniteit, aanleg en prestaties. De I-spec basisopleiding duurt over het algemeen 12 weken.

DEMSPEC

Door explosieven te gebruiken kan de demspec objecten buiten werking stellen of toegang tot gebouwen forceren. Ook kan hij geïmproviseerde explosieven (IED) herkennen en onschadelijk maken. De demspec maakt gebruik van verschillende soorten springstoffen en werktuigen. Hierdoor kan hij op chirurgische wijze werken.

COMSPEC

Communicatie is onmisbaar tijdens operaties. Zonder communicatie kan er geen speciale operatie plaatsvinden. Tijdens een operatie kan de comspec alle apparatuur instellen en bedienen. Als het nodig is, kan hij zelfs noodreparaties uitvoeren. Soms moet een ploeg over zeer grote afstanden communiceren. De comspec gebruikt daarvoor verschillende  communicatiemiddelen. Bijvoorbeeld tactische satelliet apparatuur (TACSAT) en hoge frequentie radio’s (HF). Ook weet hij hoe hij verschillende audiovisuele middelen (FAV) moet gebruiken. Zo kan hij foto’s of video’s doorsturen.

MEDIC

De medic kan op het gevechtsveld zeer ernstige verwondingen te behandelen. Ook kan hij 1 of meer slachtoffers tot 72 uur stabiel te houden. Ook mag hij zelfstandig een groot aantal voorbehouden handelingen uitvoeren. Normaal gesproken mogen alleen artsen deze handelingen verrichten. Naast traumabehandelingen kan de medic zijn ploeggenoten ook gebruikelijke medische hulp geven.

SNIPER

De sniper kan doelen heimelijk naderen en deze in kaart brengen of uitschakelen. Met speciale optische middelen en wapens kan hij doelen uitschakelen tot een afstand van ongeveer 2 kilometer. In zijn opleiding is de sniper getraind in schieten, camoufleren, besluipen, afstand bepalen, observeren en geheugentraining. Een sniper kan zelfstandig of in een koppel werken.

Inzetspecialisaties

Verschillende omstandigheden/terreinen

Commandotroepen moeten lange tijd zelfstandig kunnen werken. Zij opereren onder verschillende omstandigheden en verplaatsen zich over verschillende terreinen. Daar worden zij op getraind. Elke commandocompagnie heeft daarnaast een of meer ploegen met een extra opleiding voor inzet:

  • in waterrijke gebieden;
  • in bergachtig terrein;
  • per valscherm van grote hoogte (tot 10 kilometer).

De waterploeg voert speciale operaties uit in waterrijke gebieden. Zij kunnen zich op en onder water op verschillende manieren te verplaatsen. Zij volgen ook een duikopleiding om met gesloten zuurstofsystemen te duiken. Dit systeem produceert geen bellen, waardoor de kans op ontdekking kleiner is.

De bergploeg oefent onder de zwaarste omstandigheden in berggebieden over  wereld. Van de Alpen tot de Rocky Mountains.

Parachutisten van het KCT leren een aantal soorten parachutesprongen te maken, onder variërende omstandigheden.

Parachuteopleidingen

Parachutisten van het KCT

Militairen van het Korps Commandotroepen (KCT) kunnen verschillende soorten parachutesprongen uitvoeren. Van grote of juist kleine hoogte of in het donker. Zij leren dit op de Defensie Para School (DPS), aangestuurd door het KCT. De DPS verzorgt alle parachuteopleidingen voor de krijgsmacht.

Sprongen van lage hoogten (400 meter)

De commando’s van het KCT maken drops van lage hoogten (400 meter). Dat doen ze met een ronde parachute, die met een lijn aan het vliegtuig vast zit. De parachute opent als de commando uit het vliegtuig springt. Na de grondtraining volgen 8 praktijksprongen. Daarvan zijn er 3 met rugzak en wapen, waarvan 1 bij nacht.

Vrije val (vanaf 4,5 kilometer hoogte)

In de vrijevalopleiding leren commando’s van het KCT springen vanaf 4,5 kilometer hoogte. Ze maken daarbij een vrije val van 40 tot 60 seconden. Ze trainen voor de vrije val onder meer in een windtunnel. Het praktijkgedeelte duurt 2 weken ze minimaal 20 sprongen maken. Daar zitten meerdere nachtelijke sprongen met volledige bepakking bij.

In de voortgezette vrijevalopleiding leren de commando’s springen in een groep, bij nacht en van grote hoogte. Ze landen daarbij met de groep zo dicht mogelijk bij elkaar, zo nodig op onbekend terrein. Ze gebruiken daarbij GPS-navigatiesystemen.

Springen van grote hoogten (10 kilometer)

Speciaal geselecteerde commando’s kunnen parachutesprongen maken van grote hoogten. Op een hoogte van 10 kilometer kun je niet springen zonder zuurstofmasker. Ze krijgen daarom een zuurstofopleiding. Er zijn 2 soorten sprongen van grote hoogten. Het soort waarbij de parachute meteen open gaat, en die waarbij de commando eerst een lange vrije val maakt.

  • High Altitude High Opening (HAHO). Na een aantal seconden opent de commando de parachute. In een glijvlucht tot 45 minuten kan hij tot 60 kilometer afleggen. Zo kan hij ongemerkt vijandelijk gebied binnendringen.
  • High Altitude Low Opening (HALO). De commando opent zijn parachute pas op het laatste moment. Hij maakt een vrije val van meer dan 2 minuten. Zo kan hij dichterbij het doel springen zonder dat het vliegtuig in het bereik van afweergeschut komt.

Overige parachutespecialismen

Commando’s van het KCT leren ook andere parachutespecialismes op de DPS. Deze school biedt onder meer:

  • para-instructeursopleiding;
  • oxygenmasteropleiding (voor instructeurs);
  • tandemmasteropleidingen (niet para-opgeleid personeel, zoals een arts, in te zetten);
  • zware lastopleiding (springen met een last tot 120 kilo);
  • tandem zware last (met lasten tot 225 kilo);
  • vrijevalinstructeursopleiding;
  • parachuteherstelleropleiding (DPS repareert eigen parachutes);
  • parachutepakkeropleiding (inpakken).

TRADITIEHANDHAVING VIA NAAMGEVING

Binnen het Korps Commandotroepen is de naamgeving van gebouwen, locaties, lokalen en terreinen een belangrijk onderdeel van de traditiehandhaving. Bijna elke fysieke plek verwijst naar een historische gebeurtenis, een stamonderdeel of een persoon die van grote betekenis is geweest voor het Korps.

Hieronder volgt een overzicht van deze vernoemingen, ingedeeld naar categorie:

  1. Gebouwen op de Engelbrecht van Nassaukazerne
    De kazerne in Roosendaal (EvN) vormt het hart van het Korps. De gebouwen dragen namen die de geschiedenis van 1942 tot heden vertellen.
    • Stafgebouw ‘Gualthérie van Weezel’: Vernoemd naar luitenant-kolonel J.H.A.K. Gualthérie van Weezel, de eerste commandant van het KCT (1950–1952) en de man die opdracht kreeg het Korps op te richten.
    • Legeringsgebouw ‘Uncle Beach’ (Gebouw A): Vernoemd naar de codenaam van de landingsplaats in Vlissingen (1 november 1944). Dit herinnert specifiek aan de actie van korporaal De Liefde, die in zijn eentje de landingsplaats markeerde onder zwaar vuur.
    • Legeringsgebouw ‘Achnacarry’ (Gebouw B): Een verwijzing naar het Schotse landgoed waar de eerste Nederlandse commando’s in 1942 hun opleiding kregen.
    • Legeringsgebouw ‘Eastbourne’ (Gebouw C): Vernoemd naar de Engelse badplaats die vanaf mei 1943 de thuisbasis was van No. 10 (Interallied) Commando.
    • Sporthal ‘Wildhoef’ (Gebouw D): Vernoemd naar Huize Wildhoef in Bloemendaal, waar de Stormschool (de voorloper van het KCT in Nederland) tussen 1945 en 1949 gevestigd was.
    • Lesgebouw ‘Port Madoc’: Vernoemd naar de plaats in Wales waar No. 2 Dutch Troop verbleef voor voortgezette opleiding (1942–1943).
    • OTCSO Gebouw ‘Uruzgan’: Dit opleidingsgebouw (geopend in 2015) is vernoemd naar de Afghaanse provincie waar het Korps tussen 2006 en 2010 intensieve gevechtsoperaties uitvoerde.
  2. Sociale en Historische Ruimtes
    Ook binnen de gebouwen zijn specifieke ruimtes vernoemd naar personen en tradities.
    • Historische Collectie ‘Museum Boons’: Vernoemd naar kapitein Siem Boons, een Indië-veteraan die de drijvende kracht was achter de oprichting van het museum.
    • Kolonel M.J.H.M. van Uhm Zaal: De grote ontspanningszaal is vernoemd naar commandant Van Uhm (2002–2005), onder wiens leiding het Korps zich ontwikkelde tot een volwaardige Special Forces-eenheid.
    • Snedderlounge: De ontspanningsruimte in de kantine, vernoemd naar de mascotte (de ezel Snedder).
    • Archief ‘Jules Cadot’ & Magazijn ‘Cor Hertogh’: Onderdelen van de Historische Collectie, vernoemd naar zeer toegewijde vrijwilligers en oud-commando’s.
  3. Opleidingslocaties en Hindernisbanen
    De terreinen waar de commando’s worden gevormd, dragen namen die herinneren aan de zwaarte van het vak en de historie.
    • Appèlplaats ‘Van Wiggen’: De centrale appèlplaats op de kazerne is in 2002 vernoemd naar kolonel Otto van Wiggen, vanwege zijn enorme bijdrage aan de reorganisatie van het KCT.
    • Hindernisbaan ‘Hollandia’: Vernoemd naar de hoofdstad van voormalig Nederlands Nieuw-Guinea (het huidige Jayapura), waar in 1946 de School Opleiding Parachutisten (SOP) werd opgericht.
    • Touwbaan ‘Bloemendaal’: Vernoemd naar de locatie van de Stormschool.
    • Schietbanen ‘Sander Klap’: De indoor schietbanen zijn vernoemd naar Sergeant-Majoor Sander Klap, die in 2016 omkwam bij een tragisch schietincident tijdens een training.
    • Simmie Poetsema Medical Laboratorium: Vernoemd naar korporaal Simmie Poetsema, die in 2022 overleed na een schietincident in de VS.
  4. Kampen op de Rucphense Heide
    Tijdens de opleiding verblijven cursisten vaak op de heide.
    • Commandokamp ‘August Bakhuys Roozeboom’: Vernoemd naar de eerste gesneuvelde Nederlandse commando (Market Garden, 1944). Op dit kamp bevinden zich ook dummygraven, een traditie uit Schotland om cursisten te confronteren met de risico's van het vak.
    • Baan Arnhem: De tactische hindernisbaan, vernoemd naar de Slag om Arnhem waar commando's in 1944 vochten.
    • Leslokaal ‘Bakx’: Een voormalige schijvenloods op het kamp, vernoemd naar ‘Boer Bakx’ (de locatie van de voormalige schietbanen).
    • Jan Otte Hut: De verblijfsplaats voor instructeurs, vernoemd naar adjudant Jan Otte, een legendarische kampbeheerder en bokser.
  5. Locaties voor Waterrijke en Para-opleidingen
    • TCWG ‘Wijnmalen’ (Keizersveer): Het Training Centrum Waterrijke Gebieden is vernoemd naar luitenant Wijnmalen (Korps Insulinde), die stierf in Japanse krijgsgevangenschap na een geheime missie per onderzeeboot. Op dit terrein bevindt zich ook de Loods ‘Tjilatjap’, vernoemd naar het amfibische trainingskamp in Indië.
    • Gebouw ‘Sisselaar’ (DPS): Het gebouw van de Defensie Paraschool is vernoemd naar kapitein Cees Sisselaar, oprichter van de eerste para-eenheid (SOP).
    • Parahal ‘Andir’: Vernoemd naar het vliegveld bij Bandoeng waar in 1947 de eerste parachutistencursussen startten.

SNEDDER

Het verhaal achter de mascotte Snedder vindt zijn oorsprong direct na de Tweede Wereldoorlog en is nauw verbonden met de stamvaders van het Korps Commandotroepen.

Dit zijn de belangrijkste feiten over de mascotte:

De Oorsprong

Bij de opheffing van No. 2 Dutch Troop (de eerste Nederlandse commando-eenheid uit de oorlog) besloten de leden om van het overgebleven geld uit de eenheidskas een ezel te kopen. Zij boden deze ezel vervolgens aan als mascotte. Het dier kreeg de naam Snedder, wat de bijnaam was van een van de commando’s uit de Troop.

Symboliek

De keuze voor een ezel is niet zonder reden. Binnen en buiten het Korps staat Snedder symbool voor eigenschappen die ook voor een commando essentieel zijn:

  • Doorzettingsvermogen
  • Wilskracht
  • Intelligentie (met de verwijzing naar het gezegde: "een ezel stoot zich in het algemeen geen tweemaal aan dezelfde steen").

Huidige traditie

De traditie wordt in de 21e eeuw nog steeds in ere gehouden:

  • Lease-mascotte: Het Korps beschikt tegenwoordig over een 'lease-mascotte'. Deze ezel geeft acte de presence tijdens baretuitreikingen en andere speciale gelegenheden.
  • De begeleider: Traditiegetrouw wordt Snedder tijdens deze ceremonies begeleid door de jongst gebrevetteerde commando.
  • Snedderlounge: Als eerbetoon is ook de ontspanningsruimte in de grote kantine van de kazerne, die op 22 maart 2010 werd geopend, naar hem vernoemd: de Snedderlounge.